Mijn leven zoals het is #10 | Dementie deel 2

ⓒPixabay.com By tatlin

Na 4 jaar gepest te worden, mocht ik eindelijk veranderen van school. Bij de inschrijving werd mij al snel duidelijk welke richting ik uit wilde. Ik wou met kindjes werken, net zoals mijn mama toen deed.

Zij was huismoeder, maar zorgde voor de kindjes uit het dorp waarvan hun ouders uit werken waren. Maar mama wou dat ik iets anders deed. Toch hield ik voet bij stuk en mocht ik naar de richting Verzorging. Ik had te lang tegen mijn zin naar school geweest, naar mijn goesting. Daar ging ik dan.

Omdat het pas het 5de jaar was, was je nog verplicht om 2 delen te volgen. Kinderen en bejaarden. Als stage werd de groep verdeeld in 2 groepen. De 1 ging eerst naar een kinderdagverblijf, later in het jaar naar een bejaardentehuis of andersom. Ik had geluk, ik mocht starten in een kinderdagverblijf niet ver van mij thuis. Het verliep niet altijd van een leien dakje, maar had er toch een fijne tijd en dat was nog steeds wat ik wou doen. Sterker zelfs, ik wou ooit zelf een kinderdagverblijf opstarten. Bejaardentehuizen zeiden mij toen niet veel en zag er dus ook een stuk tegenop. Tot ik er startte. Een wereld ging voor mij open, waar ik voor het eerst met dementie te maken kreeg. Die periode werd ik ook privé met dementie geconfronteerd. Mijn pépé belandde in het ziekenhuis en dus zo in het bejaardentehuis. Mémé kon er toen nog niet bij, omdat er geen tweepersoonskamer vrij was op dat moment. Uit noodzaak verbleef ze bij m'n tante, maar dat verliep niet altijd even goed. Na ongeveer 3 maand kwam er een kamer voor twee vrij en konden ze er samen intrekken. Enkele weken later ging het niet zo best met mijn pépé. Hij durfde al eens vreemd te reageren. Op een dag begon hij zelfs volledig te verdwalen in zijn hoofd. Hij ging naar het toilet, stond recht, deed zijn broek aan, ging terug op toilet zitten en zo ging dat minutenlang door. Mémé begreep deze handeling niet en verklaarde hem zot. Ik wist wat het was, maar hoe ga je daar nu mee om? Vrij confronterend dus. Ik zag het wel op mijn stage, maar je familie zo zien is toch heel wat anders. Niet veel later is pépé dan overleden. Zijn kaars was uitgebrand, wat ik helemaal niet grof bedoel. Ondertussen ging mijn stage door, maar die ging op en neer. Ik scoorde vooral laag als het op communicatie kwam. Ik kon nogal op mezelf zijn soms (nog steeds). Dat schooljaar bleek ik dan ook te zakken voor 1 vak, die er nu niet meer toe doet. Ik had de keuze. Herexamen doen van dat ene vak (ik zou er toch weer niet voor slagen, wist ik al) ofwel een richting zakken. Mijn ouders maakten die keuze voor mij ( zoals gewoonlijk) en zeiden mij dat ik moest zakken van richting. Daar ging mijn droom! Toch probeerde ik er het beste van te maken, want veel keuze had ik niet. De opleiding heette Organisatie-Assistentie en bevatte 3 onderdelen. Voedingsdienst (keuken), Technische dienst (winkel) & Logistieke dienst (bejaardenhulp). Al snel wist ik dus wat mijn definitieve keuze zou zijn het volgende jaar, al was dat niet volledig hetzelfde. Als logistiek was je dan wel ondersteuning van het Verzorgend team, maar geen Verzorgende. In mijn laatste jaar mocht ik mijn stage doen in een ziekenhuis en dat beviel mij zeer goed. Met glans be-eindigde ik mijn studie en kon de zoektocht naar werk beginnen. Eerst mocht ik beginnen in een rusthuis waar ik nog stage liep. Ik mocht er een langdurige zieke persoon vervangen. Het was natuurlijk zoeken in het begin, maar ik had er al bij al een fijne tijd. 's Avonds stond ik altijd op de gesloten afdeling. Dat wilde zeggen dat je er enkel in en uit kon met een code. Dat is voor de veiligheid van de bewoners, want die leven soms in een totaal andere wereld als wij. Ik herriner er mij nog iemand met een dikke glazen bril die volledig star naar je kon kijken. Wanneer je haar moest aan-of uitkleden kon ze je dan zo hard bij je haren grijpen. Dat was telkens weer schrikken. Waar zij zich bevind in haar hoofd is moeilijk te verklaren. Op mijn huidig werk heb je ook zo'n gesloten afdeling, maar zijn ze bijlange niet zo 'gevaarlijk' als die mevrouw indertijd. Daar ben ik stiekem wel blij om. Sinds enkele jaren geef ik er 's ochtends ontbijt en vervang ik collega's die er normaal dienst doen. Het word pas leuk als je er de mensen een beetje begint te kennen. Echte gesprekken kan je er niet mee voeren, maar soms moet je je verbeelding laten gaan en jezelf laten meeslepen in hun leefwereld. Wat niet altijd even makkelijk is. Samen met de collega's overleggen we vaak hoe iemand zich gedraagt. Zo helpen we elkaar tips geven om er mee om te gaan, want elke persoon is anders. Om dementie beter te begrijpen heb ik er een blogje van geschreven. Die vind je hier.

4 opmerkingen

  1. Zo leuk om te lezen altijd. Ik kom telkens wel weer iets nieuw te weten Hoe zit het ondertussen eigenlijk met uw droom over een eigen kinderdagverblijf? Is die verandert nu ge fotografie studeert? :)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Je gaat me niet geloven, maar sinds 'k m'n job in 't rusthuis zo graag doe wil 'k niks anders meer. Maar m'n droom om een eigen gallerij te hebben blijft ;) Al voel 'k mij er nog lang niet klaar voor..

      Verwijderen
    2. Oh, da's iets heel mooi om naar te streven! En super dat het u zo goed meevalt in't rusthuis eh :)

      Verwijderen
    3. We hebben natuurlijk mindere dagen in 't rusthuis, maar zoals m'n job er nu uitziet doe 'k hem zeer graag. Mede ook dankzij m'n collega's die tevreden zijn over m'n werk. Doet er ook veel aan!

      Verwijderen